De waardering en de kansen van collectieve en laagdrempelige ontmoetingsplekken

Tijdens een meerjarig onderzoek naar contacten tussen zogenaamde weerbare burgers en kwetsbare burgers op buurtplekken zoals een buurtboerderij, moestuin of wijksteunpunt, heb ik heel vaak DÉ vraag gesteld. Namelijk de vraag of men ook thuis en dus in de persoonlijke sfeer contact met elkaar had. En of de weerbare burger dan ook informele hulp of ondersteuning gaf aan de kwetsbare burger. Altijd was het antwoord heel duidelijk: Nee, we hebben een goede band, maar niet voor thuis. En eerlijk gezegd herken ik dit wel als ik bij mezelf te rade ga. En dat zal voor velen van u vast ook gelden…

Minder formele zorg

De participatiesamenleving en bijbehorende bezuinigingen vragen om minder formele zorg. Kwetsbare mensen, in ons onderzoek vooral mensen met psychosociale problematiek en/of een verstandelijke beperking, zouden meer hulp en ondersteuning moeten ontvangen uit hun sociale netwerk. Voor veel zorg- en welzijnsorganisatie was dit een aanleiding om laagdrempelige buurtplekken te organiseren waar buurtbewoners elkaar kunnen ontmoeten. Ontmoeting door koffie te drinken, door samen te koken of een moestuin te beheren. Voor kwetsbare mensen tegelijk ook een plek om het huis uit te komen, vrijwilligerswerk te doen, te leren en een sociale rol te vervullen. Het ideaal zou vervolgens zijn dat de ontmoetingen leiden tot informele hulp en ondersteuning.

Gemeenschapsgevoel 

Dit laatste gebeurt nauwelijks, maar daarmee zijn de laagdrempelige buurtplekken niet overbodig geworden. Integendeel! Terwijl de sociale professional present is, mensen aanzet waar nodig en zorgt voor een veilige sfeer ontstaat op deze plekken gemeenschapsgevoel en collectieve sociale netwerken. Ook mensen die moeilijk contact kunnen maken, kunnen deel uitmaken van de groep. Omdat het contact in het collectief plaatsvindt, vraagt dit geen moeilijke sociale vaardigheden, wat in één-op-één contact wel nodig is. Onderdeel zijn van een groep, erbij horen en contacten te hebben zonder complexiteit of hoge verwachtingen, dat zijn de kansen van collectief contact.

Hulp in het gewone leven

In heel veel gemeenten en door veel professionals worden hulpvragen nog steeds individueel en in de zorg opgelost. Terwijl veel oplossingen in het ‘gewone leven’ opgelost kunnen worden. Laagdrempelige buurtprojecten zijn onderdeel van dit gewone leven. Hier krijgen mensen hulp wanneer iemand voor zijn verhuizing een paar extra handen nodig heeft, wanneer er boodschappen gehaald moeten worden voor de hoogbejaarde buurman die slecht ter been is, want: ‘dat doen we hier gewoon voor elkaar’.
De hulpvragen worden dus in de groep opgepakt. Hierdoor wordt niemand overbelast en is er geen sprake van vraagverlegenheid of acceptatieschroom. Als iemand (tijdelijk) niet bij kan dragen dan geeft dat niet, want er zijn altijd wel anderen in de groep die dat wel kunnen.

De kracht van deze collectieve sociale netwerken zit in het vrijblijvende, het oppervlakkige en het vanzelfsprekende ‘normale’ leven. Bent u in uw omgeving al eens koffie wezen drinken op de plek waar er niets van je wordt verwacht en je het even ‘gewoon gezellig’ kan hebben?

Monica Stouten-Hanekamp
Programmaleider en onderzoeker ‘Inclusieve Samenleving’, Lectoraat Centrum voor Samenlevingsvraagstukken/Werkplaats Sociaal Domein regio Zwolle, Hogeschool Viaa