Radicale hulp en de getallen van Dunbar

In het boek Radical Help van Hilary Cottam beschrijft ze hoe de verzorgingsstaat zoals William Beveridge die voor ogen stond duizenden mensen uit de armoede hielp, zorgde voor behoorlijke huizen, goed onderwijs en veiligheid. Deze vooruitgang had echter ook een keerzijde; de bejegening van ambtenaren en hulpverleners was onpersoonlijk, professionals dienden inwisselbaar te zijn en te werken op geleide van protocollen. De nadruk op indicaties, rechtmatigheidstoetsing en verantwoording maakt de hulpverlening procedureel, kostbaar en ineffectief. Wonderlijk genoeg zie ik in mijn werk als onderzoeker in ggz en gemeentelijke sociale teams dat hulpverleners juist wel het verschil willen maken, ze willen dichtbij komen, in vertrouwen genomen worden, het verschil maken. De hulpverleners die ik ontmoet willen helpen.

Levi van Dam (JIMwerkt) wees me onlangs op een podcast over Dunbar’s numbers. Deze theorie komt er op neer dat mensen net als andere primaten met een beperkt aantal mensen stabiele relaties kunnen onderhouden, ongeveer 150. Met een klein groepje van 5 mensen ben je intiem en je elkaar (survival), met een grotere groep van 15 personen ben je nabij maar niet intiem (sympathy). Relaties onderhouden vraagt tijd; intiem en persoonlijk zijn kan niet met iedereen. De getallen variëren tussen introverte en extroverte mensen, maar het bijzondere is dat de getallen zelf niet veranderen. Komt er een intiem contact in de inner circle bij dan gaat er ook weer één uit. Hulpverleners die een persoonlijke band willen aangaan met cliënten en die ook dichtbij willen komen doen dat dus ten koste van iemand uit het natuurlijke netwerk. Is het met andere woorden wel zo’n goed idee om vertrouwenspersoon te willen worden,  om het verschil te willen maken? In marktgerichte contexten van zorg en welzijn kunnen contacten met cliënten met wie het wederzijds klikt zo gemakkelijk zichzelf aan de gang houdende sociale processen worden. En dat zien we ook. Verwarde mensen en multiproblem gezinnen bij wie het verschil maken en dichtbij komen niet eenvoudig is, hebben te maken met een groot aantal hulpverleners die niet erg dichtbij komen. Lichte gevallen en meewerkende mensen bevolken verdringen de mensen die het het hardst nodig hebben. Terug naar Hilary Cottam.

De kern van haar betoog is dat grote groepen mensen eenzaam zijn of sociologische gezegd, niet sociaal zijn ingebed. Ergens bij horen, een geschiedenis delen, onderling van betekenis zijn voor elkaar is voor deze mensen niet vanzelfsprekend. Dit is niet alleen in het Westen het geval maar ook in landen als China waar ouderen verstoken zijn van contacten door de trek naar de stad. Deze sterke behoefte aan geborgenheid en betekenisgeving kan niet gedempt worden met hulpverlening, zeker niet als ze de vorm krijgt van regelgeleide, procedurele hulp. Wat echter ook niet helpt is nabije en persoonlijke hulp die de persoonlijke hulp uit de inner circle verdringt. Tijd voor een hulpverlener die weet dat hij of zij een passant is, die de sociale kring voedt met zijn of haar expertise zodat zij het verschil kunnen maken. Radical help is on the way.

Dr. Gert Schout
Department of Medical Humanities | Amsterdam University Medical Center