Thuisgevoel voor de zelfredzamen

Het is een regenachtige dag in November, als Willy in de bus stapt met een koffer vol DVD’s stevig tegen zich aan gedrukt. Vandaag gaat hij bij de Burengroep in Amsterdam zijn favoriete film E.T. vertonen. Als hij aankomt in het huis van de kwartiermaker zijn de anderen er allemaal al. Willy is blij dat iedereen die bij de Burengroep hoort ‘iets’ heeft, net zoals hij. Hij vertrouwt me toe dat hij nooit was gegaan als er alleen maar ‘normale’ mensen waren geweest, normale mensen hebben allerlei oordelen over je, zegt hij. Terwijl de aanwezigen, vandaag overwegend mannen tussen de veertig en vijftig jaar oud en allen met een verstandelijke beperking zoals Willy, samen kijken naar hoe E.T. thuis probeert te komen, besef ik mij dat er niet heel veel meer nodig is dan dit om een soort thuisgevoel te creëren onder mensen die soms behoorlijk geïsoleerd kunnen raken in een grote stad.

Tussen 2010 en 2018 heb ik verschillende interventies gevolgd in wijken waar, op initiatief of met ondersteuning van de overheid, gepoogd wordt specifieke groepen buurtbewoners aan elkaar te verbinden en op die manier hun thuisgevoel in de wijk te vergroten. Ik wilde weten hoe deze interventies te werk gaan en hoe zij het thuisgevoel van betrokkenen beïnvloeden. Zo liep ik onder andere mee met het pilotproject Burengroepen, speciaal gericht op het ondersteunen van mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische problemen met het doel hen samen een zelfredzame buurtgemeenschap te laten vormen.

Wat opviel bij de Burengroepen was dat, met het doel van het zelfredzaam maken van mensen met verstandelijke beperkingen en psychiatrische problemen, met name die buurtbewoners volop opbloeiden en zich helemaal thuis begonnen te voelen bij elkaar die al over een vrij grote mate van zelfredzaamheid beschikten. De mensen die ik in het kader van mijn onderzoek sprak die kampten met grote sociale angsten, of zwaardere problematiek durfden letterlijk hun huizen niet uit, ook al deden de betrokken professionals flink hun best om hen er bij te betrekken. De echt kwetsbare mensen waren hiermee dus helaas nauwelijks geholpen en wilden ook niet op deze manier geholpen worden.

Ook Willy merkte al vrij snel dat hij, met zijn IQ van 78, niet goed mee kon komen met de andere deelnemers, die vaak sociaal wat vaardiger waren en steviger in hun schoenen stonden. Na een aantal bijeenkomsten met de Burengroepen, stopte Willy. ‘En nu ben ik dus toch weer alleen,’ verzuchte hij toen ik hem sprak.

Nu wil ik niet beweren dat dit soort community building interventies niet succesvol of belangrijk kunnen zijn. Uitsluiting van sommigen is ten slotte een voorwaarde voor mensen om zich samen sterk en op hun gemak te kunnen voelen bij elkaar. Als het doel is bewoners gezamenlijk zelfredzaam te maken, zullen de zelfredzamen elkaar vinden en gaan steunen. Maar in plaats van dat de uitkomst van deze interventie gezamenlijke zelfredzaamheid was, bleek de instapvoorwaarde in feite al een grote mate van zelfredzaamheid te zijn. 

Als gemeenschappen per definitie uitsluitend zijn, is het dus van belang om ons te realiseren dat zelfredzame buurtgemeenschappen nooit iedereen kunnen insluiten. Degenen die al vrij zelfredzaam zijn zullen zich, met steun van de overheid, méér thuis gaan voelen in de wijk. Maar naast het faciliteren van exclusieve, veilige ruimtes voor relatief kwetsbare groepen binnen de samenleving, zal het dus altijd nodig blijven hulp en ondersteuning op maat aan te blijven bieden voor de zeer kwetsbaren onder ons. Lokale gemeenschappen kunnen een terugtrekkende overheid maar ten delen ondervangen.

Fenneke Wekker
Politiek socioloog en hoofd academische zaken bij het Netherlands Institute for Advanced Study in Humanities and Social Sciences (NIAS-KNAW)

Meer lezen? Ga naar www.fennekewekker.nl

©2020-2021 Koepel Adviesraden Sociaal Domein | Disclaimer | Privacy verklaring | Sitemap

Secretariaat
Zalmsteek 23
3192 MC Hoogvliet-Rotterdam