Waarom is uitkeringsontvangst erfelijk?

Kinderen van ouders met een uitkering ontvangen later vaak zelf ook een uitkering. Hierbij zijn meer oorzaken denkbaar, en in een recent onderzoek van de Universiteit Utrecht (onlangs gepubliceerd in Social Science Research) proberen wij te achterhalen welke mechanismes het belangrijkst zijn.

Aan de ene kant zullen ouders en kinderen op elkaar lijken in kenmerken die de kans op een uitkering vergroten. Als zowel ouder als kind leidt aan een (erfelijke) ziekte die het lastig maakt om te werken, kunnen beiden in aanmerking komen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Ook wonen ouders en kinderen vaak in dezelfde regio en hebben ze dezelfde etnische herkomst. Als in die regio weinig banen te vinden zijn, of als die herkomstgroep te maken heeft met arbeidsmarktdiscriminatie zullen zowel ouder als kind minder kans hebben op een baan en daardoor vaker in een uitkering terechtkomen. In deze gevallen is er geen causaal verband. De uitkering van de ouder is immers niet de oorzaak van de uitkeringsontvangst van het kind. Ouders en kinderen delen kenmerken, en die kenmerken vergroten de kans op een uitkering bij zowel ouder als kind. Ons onderzoek laat zien dat de samenhang in uitkeringsontvangst voor een groot deel wordt veroorzaakt doordat ouders en kinderen op elkaar lijken.

Aan de andere kant kan er sprake zijn van een causaal effect, waarbij kinderen minder kansen krijgen of zich anders gaan gedragen omdat hun ouders een uitkering ontvangen. Kinderen van uitkeringsontvangers bereiken misschien niet het opleidingsniveau dat zij in zich hebben. Dat kan komen doordat ze geen voorbeelden kennen die laten zien dat een hogere opleiding leidt tot een leuke baan of een mooie arbeidscarrière. Waarom zou je je best doen op school, of doorstuderen en een studieschuld opbouwen als je niet verwacht dat deze investeringen zich zullen uitbetalen? Door het lagere opleidingsniveau zijn de vooruitzichten op de arbeidsmarkt minder gunstig, wat de kans op een uitkering groter maakt. Daarnaast kan het zijn dat de kinderen in hun jeugd geen werkende volwassen rolmodellen hebben gehad, waardoor zij het als volwassen minder vanzelfsprekend vinden te werken, en het meer geaccepteerd vinden een uitkering te ontvangen. Ons onderzoek laat zien dat zulke causale effecten ook een rol spelen, al is die minder groot dan het verband via de gelijkenis van ouders en kinderen.

Wanneer ouders niet werken, kunnen anderen een rolmodelfunctie vervullen, en laten zien dat investeren in een opleiding loont en leidt tot een goede baan in plaats van een uitkering. Juist voor kinderen van uitkeringsontvangers is het daarom van belang dat zij in contact komen met werkende rolmodellen.

Sanne Boschman
Department of Sociology |  Utrecht University 

Zie ook: https://www.socialevraagstukken.nl/waarom-is-een-uitkering-hebben-toch-zo-erfelijk/
En: https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0049089X18301789