De participatiesamenleving gaat voort met 'uitdaagrecht'

De participatiesamenleving zet zich voort, nu ook met het uitdaagrecht. We zien het zelfs voor de tweede achtereenvolgende keer terug in het regeerakkoord. ‘We stimuleren op lokaal niveau mogelijkheden voor burgerparticipatie en bewonersinitiatieven, zoals een uitdaagrecht waarbij mensen de mogelijkheid hebben om publieke taken over te nemen van de gemeenten, met de publieke middelen die hiervoor nodig zijn’ (Coalitieakkoord 2021-2025: p. 1). Hoewel niet in steen gebeiteld, zullen deze woorden de komende jaren wel bepalend zijn voor participatie op decentraal niveau in wijken en buurten van provincies en gemeenten.

Wat me in eerste instantie verbaasd is dat de oproep hiervoor het idee opwekt dat er in het leven vòòr de participatiesamenleving geen betrokken burgers waren. Maar dat is natuurlijk niet zo. In mijn huidige functie als Statenlid in de provincie Utrecht zie ik dat het wel goed zit met onze ‘maatschappelijke- en participatieve democratie’. Nadruk op actief burgerschap en participatie zorgt er echter voor dat mensen, gemeenschappen en organisaties met eigen krachtige netwerken, met een hoge organisatiegraad, actief meedoen en profiteren van regelingen van de overheid. Participatiebeleid richt zich niet op zwakten en achterstanden maar op krachten en successen, zoals ook het geval is met het huidige diversiteitsbeleid. Daardoor profiteren de meer kwetsbare personen en groepen met weinig sociaal kapitaal juist niet. Dit zie je in de praktijk veel terug bij participatie rondom ingewikkeld gemaakte en botsende regelingen en aanvragen voor budgetten, subsidies en toeslagen, met soms discriminerende uitwerkingen. Het streven zou moeten zijn dat individuen, groepen en organisaties die een extra steuntje in de rug nodig hebben, dat ook echt krijgen.

Bovendien kunnen niet alle taken of diensten die een gemeente of provincie uitvoert, overgenomen worden door burgerinitiatieven, zegt ook Esmee Driessen, onderzoeker en promovenda R2C en burgerinitiatieven aan de Universiteit Leiden.Ik zet er serieuze vraagtekens bij daadwerkelijke overdracht van publieke taken als de overheid daarmee haar eindverantwoordelijkheid verliest. Het volledig, dat wil zeggen juridisch, overdragen van deze taken en diensten is feitelijk privatiseren. Beheer, uitvoer en exploitatie door een private partij als een burgerinitiatief is daarentegen wel mogelijk.”

In het nieuwe wetsvoorstel ‘Versterking participatie op decentraal niveau’ wordt het uitdaagrecht (voorheen bekend als Right to Challenge en Right to Bid) als specifieke vorm van participatie in de uitvoering van beleid opgenomen in artikel 150 van de Gemeentewet en artikel 147 van Provinciewet. De verwachting is dat inwoners en maatschappelijke initiatieven door deze nieuwe wet decentraal meer betrokken worden in verschillende beleidsfasen en dat bestuur en inwoners dichter bij elkaar komen. Volgens mij is dat een goede ontwikkeling om de rechtspositie van inwoners ietsje meer te versterken, ook volgens het Landelijke Samenwerkingsverband Actieve Bewoners (LSA), die voorstander zijn van het borgen van het uitdaagrecht en andere buurtrechten in beleid en regelgeving. Meerparticipatie(plichten) zou altijd gepaard moeten gaan met meer participatierechten én ‘publieke middelen’…

Ali Karatas
Statenlid voor GroenLinks in de Provicie Utrecht en projectleider bij Platform 31.

©2020-2021 Koepel Adviesraden Sociaal Domein | Disclaimer | Privacy verklaring | Sitemap

Secretariaat
Zalmsteek 21
3192 MC Hoogvliet-Rotterdam