Steeds meer jeugdigen in tehuizen

De gewenste Transformatie van de jeugdhulp lijkt maar niet van de grond te komen. Een van de kerndoelen van de transformatie is dat “kinderen zoveel mogelijk in de eigen thuissituatie kunnen opgroeien en als dat niet lukt hebben pleegzorg en andere gezinsgerichte vormen van jeugdhulp de voorkeur”. In de Jeugdwet uit 2015 wordt van het college van burgemeester en wethouders en van gecertificeerde instellingen geëist dat ze bij een uithuisplaatsing de voorkeur geven aan een plaatsing in een gezinsomgeving boven plaatsing in een instelling. Plaatsing in een instelling is alleen mogelijk als dit aantoonbaar in het belang is van de jeugdige.

Maar kijken we naar trends in het gebruik van verschillende vormen van jeugdhulp dan lijkt daar vooralsnog weinig van terecht te komen. In 2017 kregen zelfs meer jeugdigen residentiële jeugdhulp (voor opvoeding en/of behandeling) dan in de afgelopen 20 jaar. Terwijl het aantal jeugdigen onder de 20 jaar in die jaren ongeveer gelijk gebleven is (3.8 mln.).

Groei jeugdhulp

Het gebruik van jeugdhulp is de afgelopen decennia exponentieel gegroeid. Tussen 2000 en 2018 is dat gebruik meer dan verdubbeld van zo’n 190 naar 400 duizend gebruikers (*1). Uit een trendstudie van het Sociaal Cultureel Planbureau (*2) blijkt dat in de jaren 2000-2010 het gebruik van de provinciale jeugdzorg en de jeugd-ggz samen ongeveer verdubbeld is. Dat is bijna geheel te danken aan de groei van het gebruik van ambulante hulp: bij de jeugd-ggz een verdubbeling en bij de jeugdzorg zelfs een verviervoudiging. Ook toen al was het idee dat door uitbreiding van ambulante hulp het gebruik van residentiële jeugdhulp en uithuisplaatsingen zouden kunnen worden teruggedrongen. Het aantal jeugdigen in residentiële voorzieningen voor jeugdzorg en opvoedhulp en jeugd-ggz is in die jaren echter niet verminderd (eerder licht gestegen) en het aantal jeugdigen in de pleegzorg is in die jaren sterk gegroeid (met name tussen 2005 en 2010). In 2010 verbleven zo’n 43.000 kinderen en jongeren in pleegzorg of een 24-uursjeugdhulpvoorziening (jeugdzorg en jeugd-ggz). Iets minder dan de helft in pleegzorg en iets meer dan de helft in een residentiële voorziening (Bakker 2017). In de jaren 2000 – 2010 heeft de enorme toename van ambulante jeugdhulp dus niet kunnen voorkomen dat er meer jeugdigen voor korte of lange tijd niet thuis verbleven, c.q. opgroeiden.

Daar zou na 2015 met de nieuwe Jeugdwet en de transitie naar gemeenten verandering in komen was de algemene gedachte. Het CBS publiceerde in 2018 het rapport Jeugdzorg voor en na de Jeugdwet: overzicht van het gebruik van jeugdzorg 2011-2016. Een van de conclusies in het rapport is dat ondanks een toename van ambulante hulp van met name wijkteams het gebruik van jeugdzorg met verblijf (pleegzorg en residentiële zorg) in die periode niet is gedaald. Ook uit andere analyses cijfers (Bakker 2017) kan worden opgemaakt dat in 2016 het gebruik van jeugdzorg met verblijf ongeveer gelijk is (43.000) aan 2010.  Maar in 2017 blijkt dat aandeel gegroeid tot meer dan 46.000 jeugdigen! (zie tabel). En dat komt geheel voor rekening van toename van het gebruik van residentiële jeugdhulp: meer dan 10% i.v.m. 2016 (*3). Het aantal jeugdigen in pleegzorg is al jarenlang stabiel (tussen de 21 en 22 duizend) en het aantal jeugdigen in gezinsgerichte voorzieningen is licht gestegen, maar relatief klein in aantal.

Actie geboden

De conclusie is dat ondanks de transformatieambities - die al minstens 2 decennia bestaan - en de recente transitie naar gemeenten:

  • steeds meer jeugdigen voor korte of langere tijd niet thuis opgroeien, ondanks de enorme toename van ambulante jeugdhulp incl. hulp door wijkteams;
  • het aantal jeugdigen in pleegzorg en gezinsgerichte jeugdhulp de laatste jaren nauwelijks is toegenomen in tegenstelling tot een significante toename van het aantal jeugdigen in residentiële jeugdhulp.

Al met al is er dus vooralsnog van dit kerndoel van de transformatie weinig terecht gekomen. Terwijl er best kennis is over wat we daaraan zouden kunnen doen (*5). Het is de vraag of het Actieprogramma Zorg voor de Jeugd (*6) dat dit jaar van start ging en waarin dit streven opnieuw één van de kernpunten is, daarin verandering zal brengen. Alle 42 jeugdregio’s hebben in dat kader eind vorig jaar een regionaal transformatieplan ingediend en onlangs een bijdrage uit het Transformatiefonds toegekend gekregen (*7). Het lijkt mij een goede zaak als de adviesraden Sociaal Domein de plannen in hun regio nog eens kritisch onder de loep nemen en blijven volgen of ook daadwerkelijk hierin verbetering komt.

Kees Bakker is oud-bestuurder van het Nederlands Jeugdinstituut en doet nu na zijn pensionering onder andere onderzoek naar ontwikkelingen in de jeugdsector. 

(*1) Bakker, Niet Thuis: over-leven en opvoeding in jeugdtehuizen. NJi 2017 en Jeugdzorg voor en na de Jeugdwet: overzicht van het gebruik van jeugdzorg 2011-2016, CBS 2018.

(*2) Groeit de jeugdzorg door? Het beroep op voorzieningen: realisatie 2001-2011 en raming 2011 – 2017, SCP 2013.

(*3) Vergeleken met 2015 is het gebruik van residentiële zorg (ander verblijf bij JH aanbieder) in 2017 zelfs met 30% gegroeid. Maar dat cijfer wordt door o.a. ministerie van VWS en de brancheorganisaties betwist vanwege onvolledige registraties in het 1e jaar na de transitie. Daarom laat ik 2015 verder buiten beschouwing.

(*4) Dit is het totaal aantal jeugdigen in dat jaar in pleegzorg, gezinsgerichte, gesloten en overige residentiële jeugdhulp (w.o. klinische jeugd-ggz, jeugdzorg en opvoedhulp, kamertraining e.d.). Wanneer een jongere meerdere vormen van hulp of zorg ontvangt heeft deze meerdere trajecten. Het aantal jeugdhulptrajecten is dan ook hoger dan het aantal jeugdigen met jeugdzorg.

(*5) Voor concrete aanbevelingen om het gebruik van residentiële jeugdhulp terug te dringen verwijs ik naar Bakker, Niet Thuis: over-leven en opvoeding in jeugdtehuizen, NJi 2017 te vinden op www.nji.nl.

(*66) Actieprogramma Zorg voor de jeugd. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Ministerie van Justitie en Veiligheid i.s.m. Vereniging Nederlandse Gemeenten/ VNG, Branches Gespecialiseerde Zorg voor jeugd/ BGZ en Landelijke Cliëntorganisaties. Den Haag april 2018.

(*7) Zie https://vng.nl/transformatieplannen-zorg-voor-de-jeugd