Blog

In de Wmo 2015 is de maatschappelijke ondersteuning geregeld. Daar valt onder andere de schoonmaak onder. Dat was voor 2015 ook al zo, maar sinds de nieuwe wet zijn veel gemeenten over gegaan tot het zogeheten ‘resultaatsgericht indiceren’. Inwoners kregen in veel gemeenten recht op een schoon en leefbaar huis. Hoe dat resultaat moest worden bereikt, was echter niet zo duidelijk. Vaak was men afhankelijk van de aanbieder en was eigenlijk niet duidelijk waar iemand aanspraak op kon maken.

De samenleving doet steeds meer een beroep op het sociale netwerk van mensen en – als ze dat netwerk niet hebben – op vrijwilligers. Het zou zo mooi zijn als elke gemeente bezig is om jong en oud in beweging te brengen iets voor een ander te doen. Zodat de ‘pool’ van vrijwilligers groter en groter wordt. Volgens mij kunnen adviesraden een waardevolle rol spelen de gemeente hiervan bewust te maken.

Het speelveld binnen de gemeente: voor adviesraadsleden is het soms best even zoeken wie je nu precies adviseert. En wat je doet met vragen of verzoeken van mensen die je juist niet adviseert.

De afgelopen tijd heb ik mooie sprongen gemaakt in mijn professionele ontwikkeling: ik ben van 24 naar 32 uur werken per week gegaan en ben gestart met de HBO-bachelor Communication and Multimedia Design. Verder blog ik serieuzer en besteed ik meer aandacht aan mijn online en offline netwerken. Allemaal ontwikkelingen die ik zelf in gang heb gezet en waar ik mij vol motivatie en enthousiasme op stort.

Veel aandacht gaat uit naar individuele ondersteuning bij de transformatie in het sociaal domein. Verreweg de meeste professionals in bijvoorbeeld sociale wijkteams houden zich primair bezig met ondersteuning van individuele burgers. Professionals die zich met het collectief of de gemeenschap bezig houden, zoals opbouwwerkers, zijn steevast in de minderheid. Toch verwachten we veel van die gemeenschappen, het idee van de participatiesamenleving is daar deels op gebaseerd. Maar zijn deze verwachtingen terecht?

Tijdens een meerjarig onderzoek naar contacten tussen zogenaamde weerbare burgers en kwetsbare burgers op buurtplekken zoals een buurtboerderij, moestuin of wijksteunpunt, heb ik heel vaak DÉ vraag gesteld. Namelijk de vraag of men ook thuis en dus in de persoonlijke sfeer contact met elkaar had. En of de weerbare burger dan ook informele hulp of ondersteuning gaf aan de kwetsbare burger. Altijd was het antwoord heel duidelijk: Nee, we hebben een goede band, maar niet voor thuis. En eerlijk gezegd herken ik dit wel als ik bij mezelf te rade ga.

Hulpmiddelen zijn voor mensen met een ziekte of beperking essentieel om zo zelfstandig mogelijk hun leven te kunnen leiden. Gemeenten verstrekken veel van deze voorzieningen – zoals bv. een rolstoel, een tillift of een scootmobiel – vanuit de Wmo. Ze maken hiervoor afspraken met leveranciers. Het regelen van hulpmiddelen verloopt niet altijd even vlot.

Vorig jaar heeft Bureau Berenschot op verzoek van het ministerie van VWS de belangrijkste problemen nog eens op een rij gezet. Waar lopen mensen vooral tegenop? De belangrijkste punten die daaruit naar voren kwamen:

De kop van het artikel in de Telegraaf van 13 februari verwoordt onomstotelijk dat de grenzen in zicht zijn: “Mantelzorger snakt naar flexibele baas”. Of dat het antwoord is, weet ik niet. Ik zie wel dat we balanceren op het randje van ‘houdbaar’. Bijna twee miljoen mantelzorgers combineren werk en zorg voor een naaste. En daar hebben ze het ‘best druk’ mee.

“In Koggenland hebben we al ruim 10 jaar een adviesraad sociaal domein. En ik kan wel zeggen dat we als orgaan helemaal zijn ingebed in de gemeente. Er is veel vertrouwen in de adviesraad. Dat is heel natuurlijk zo gegroeid: de adviezen van de adviesraad sneden hout. En hierdoor vinden wethouders en beleidsmedewerkers het zinvol en prettig om de adviezen mee te nemen in hun werk.” 

De gewenste transformatie van jeugdhulp is nog niet gerealiseerd. Dit bleek in 2018 uit evaluaties van de Jeugdwet door de Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ) [1] en ZonMw [2]. Zij concluderen dat de doelen van de Jeugdwet [3] nog niet zijn behaald. Zo kost het bijna één op de drie ouders van vooral kwetsbare gezinnen veel moeite om hun weg te vinden in de jeugdhulp.